Home

handbal

 

Handbal is een sport die wordt beoefend door 2 ploegen van 7 spelers. Een doelpunt wordt gescoord indien men de bal in het doel van de andere ploeg werpt. Het is de ploeg die aan het einde van de wedstrijd de meeste doelpunten heeft gescoord die zich winnaar mag noemen. De sport wordt door zowel mannen als vrouwen beoefend. Een wedstrijd duurt 2x 30 minuten.
Er zijn 2 basisregels tijdens het spel. Enerzijds mag men de bal niet met de voet of het onderbeen spelen. Anderzijds mag de speler met de bal slechts 3 passen zetten waarna hij ofwel de bal moet stuiten, ofwel afspelen.

Geschiedenis

Hoewel men in de geschiedenis reeds bij de oude Grieken en tijdens de middeleeuwen bij de Fransen of Engelsen al varianten op handbal terugvond, is handbal zoals we het vandaag kennen een betrekkelijk jonge sport onder de balsporten. Enkele tientallen jaren geleden werd het in de eerste plaats in het leven geroepen als tegenhanger voor het erg populaire voetbal. Aanvankelijk was het bedoeld voor dames, al snel bleek de sport echter ook bij mannen aan te slagen. In het begin speelde men voornamelijk veldhandbal, vandaag de dag heeft zaalhandbal velhandbal echter ingehaald. In de zaal is men minder afhankelijk van het weer en het terrein en kan men zich meer toespitsen op de technische verfijning en tactische vervolmaking.

Spelregels

Het spel vangt aan met de beginworp vanaf het midden van het speelveld. Met de 2 basisregels in het achterhoofd kunnen we dus concluderen dat aangezien de bal niet mag worden gespeeld met de voet of het onderbeen, de bal wel mag worden gespeeld met de handen, armen, hoofd, romp, bijbenen en knieën. Verder is het dus ook niet toegestaan om met de bal meer dan 3 passen te doen. Wil hij nogmaals 3 passen doen, dan moet hij de bal op de grond stuiten.
Indien de speler de bal met beide handen vangt, is het hem niet toegestaan de bal meer dan 3 seconden vast te houden of meer dan één keer op de grond te stuiten. Vangt de speler de bal met één hand, dan mag hij hem zoveel stuiten als hij wil, zowel tijdens het lopen als tijdens het stilstaan, dit wordt ook wel tippen genoemd.

Een speler, de doelman/vrouw uitgezonderd, mag zich niet naar de liggende of rollende bal gooien. Om in het bezit van de bal te komen, is het geoorloofd de tegenstander deze uit de handen te spelen en hem met het lichaam te blokkeren. Het is echter niet toegestaan de tegenstander met armen, handen en benen te blokkeren, vast te pakken, tegen hem aan te lopen of hem de bal uit de handen te slaan. De doelman mag zijn doel op alle manieren verdedigen, maar zodra hij het doelgebied verlaat, gelden voor hem dezelfde regels als voor de veldspelers.

Doelpogingen mogen worden ondernomen vanaf iedere plaats van het veld, zolang men het doelgebied niet overschrijdt of aanraakt. Men mag bij een doelpoging wel in het doelgebied terechtkomen, op voorwaarde dat de bal de hand heeft verlaten vooraleer hij in het doelgebied terechtkwam.

Passeert de bal de zijlijn, dan spreken we over een inworp voor de tegenstander van het team dat de bal als laatste heeft aangeraakt. Passeert de bal de achterlijn, dan is er sprake van een hoekworp indien het verdedigende team de bal het laatst heeft aangeraakt. Passeert de bal de achterlijn echter na het laatst aanraken door het aanvallende team, dan moet de doelman een uitworp doen. Deze uitworp gebeurt door de doelman vanuit het doelgebied.

Bij een vrije worp moet de worp worden genomen van de plaats waar de overtreding werd begaan, op voorwaarde dat die plaats zich ten minste 9 meter van het doel bevindt. Overtredingen die worden bestraft met een 7-meter worp dienen te worden uitgevoerd vanaf de strafworplijn. Een scheidsrechters worp vindt plaats indien beide ploegen gelijktijdig een overtreding begaan dan wel omdat de scheidsrechter het spel stillegt om neutrale redenen.

Als een aanval te lang duurt doordat men niet door de verdediging kan komen of door passief spel om tijd te winnen, wordt door de scheidsrechter het signaal voor tijdspel gegeven. Dit gebeurt door het omhoogsteken van de hand. Hierna heeft men tien seconden om een doelpoging te wagen. Lichaamscontact is toegestaan bij het verdedigen, alle verdedigende acties moeten frontaal worden uitgevoerd. In alle andere gevallen volgt er een straf. Deze straf kan variëren van een vrije worp tot en met een diskwalificatie.

In handbal zijn er verschillende straffen zoals een vrije worp, een 7-meter worp, een waarschuwing of gele kaart, een tijdstraf waarbij men 2 minuten van het veld moet (3x tijdstraf is een rode kaart) en diskwalificatie of rode kaart.

Bij een zware overtreding krijgt een speler een waarschuwing of tijdstraf. Eventueel is het mogelijk om direct een rode kaart te geven en aldus de speler uit te sluiten bij zeer zware overtredingen. Dit is bijvoorbeeld mogelijk bij overtredingen zoals het achterover trekken aan de schotarm of het duwen in de rug van de tegenstander.